![]()
Sign Up Forum Show Words Show Sentences Other Links Blog Posts Contact Us | Definition of Dutch Word hotel Dutch Word: hotel Pural: hotels English Meaning: hotel Example Sentences with English translation: Toen brand uitbrak, moesten de gasten en het personeel het hotel verlaten. Waar is het dichtsbijzijnde hotel? Toegegeven, het hotel was niet heel goed, maar het was heel goedkoop. Dit hotel is verschrikkelijk, ze berekenen overal extra kosten voor. Het park ligt vijf minuten lopen van ons hotel. We lieten de bagage in het hotel achter. Het hotel is volgeboekt.
| ||