![]()
Sign Up Forum Show Words Show Sentences Other Links Blog Posts Contact Us | Definition of Dutch Word paspoort Dutch Word: paspoort Pural: paspoorten English Meaning: passport Example Sentences with English translation: Gisteren heeft hij zijn paspoort verlengd. Als ik naar andere landen reis neem ik kopieën van mijn paspoort mee. Vergeet je paspoort niet!
| ||