![]()
Sign Up Forum Show Words Show Sentences Other Links Blog Posts Contact Us | Definition of Dutch Word praten Dutch Word: praten English Meaning: to talk, to speak Related: praat, praatte, pratende Example Sentences with English translation: Ze huilt iedere keer als ze over deze film praat. Ik zal met hem praten. We praten niet graag over politiek. Het is onbeleefd om met je mond vol te praten. "Iedereen in het dorp praat over je." "Dat kan me niet schelen!", zei ze. Praat niet zo'n toon tegen mij, bemoeial! We moeten praten.
| ||