Logo

Username:
Password:
Forgot Password?

  Sign Up
  Forum
  Show Words
  Show Sentences
  Other Links
  Blog Posts
  Contact Us
Definition of Dutch Word trouwen

Dutch Word: trouwen

English Meaning: to marry

Related: getrouwd, trouw, trouwden

Example Sentences with English translation:

Mijn broer is getrouwd.
= My brother is married.

Ik ben twintig jaar getrouwd.
= I have been married for twenty years.

We zijn elf jaar getrouwd en hebben vier kinderen.
= We have been married for eleven years and have four children.

Natuurlijk trouw ik met je!
= Of course I want to marry you!

Ze zijn meer dan 10 jaar getrouwd, maar hebben nog geen kinderen.
= They have been married for over 10 years, but so far don't have any children.

Ik vind haar te jong om te trouwen.
= I think she is too young for marriage.

Wij gaan in september trouwen.
= We are getting married in September.

Want to Learn a Language Online? Sign up for a Free Account with us:

[Learn German] - [Learn Spanish] - [Learn Chinese] - [Learn Korean]

[Learn French] - [Learn Italian] - [Learn Portuguese] - [Learn Dutch]

[Learn Swedish] - [Learn Thai] - [Learn Japanese] - [Learn Russian] - [Other]