Logo

Login ID:
Password:
Forgot Password?
  Sign Up
  Forum
  Show Words
  Show Sentences
  Other Links
  Contact Us
List of Sentences

Ik hou van motorrijden in de zomer.

I like riding a motorbike in the summer.    [Explain]

Zet je computer nu uit!

Shut down your computer now!    [Explain]

In januari wordt het erg koud.

It gets very cold in January.    [Explain]

De cowboy brengt het vee naar het weiland.

The cowboy takes the cattle to the pastures.    [Explain]

Ik werk liever op een Mac dan op een PC.

I prefer working on a Mac than a PC.    [Explain]

Geef me je bord aan, alsjeblieft.

Pass me your plate, please.    [Explain]

De dokter informeerde naar haar gezondheid.

The physician inquired about her health.    [Explain]

Ons zoontje heeft al veel belangstelling voor de natuurwetenschappen.

Our little son is already very interested in science.    [Explain]

Ober, breng alstublieft de volgende gang!

Waiter, please bring in the next course!    [Explain]

Hij is in juli jarig.

His birthday is in July.    [Explain]

Ik weet hier niets van.

I know nothing about this!    [Explain]

Mijn computer doet erg vreemd, ik denk dat ik een virus heb.

My computer is behaving very strange, I think I've got a virus.    [Explain]

Het zwembad ligt precies hiernaast.

The pool is located directly next door.    [Explain]

We hadden je kunnen helpen.

We could have helped you.    [Explain]

Kom binnen, de deur is open!

Come on in, the door is open!    [Explain]

Heb je die diamant gezien aan haar ringvinger?

Did you see the diamond on her ring finger?    [Explain]

Welke andere kwaliteiten heb je nog te bieden?

What other abilities have you got to offer?    [Explain]

Je kunt beter in een lagere versnelling rijden als je bergaf gaat.

It's best to drive in a lower gear when going downhill.    [Explain]

Suzie had slechts een klein glas wijn gedronken, maar nam toch liever een taxi.

Susi had only had a small glass of wine, but still she preferred to take a taxi.    [Explain]

Dit is de plaats waar ik de aktetas vond.

This is the place where I found the briefcase.    [Explain]

Er was een doorgang achter de geheime deur.

There was a passageway behind the secret door.    [Explain]

Ik vraag me vaak af of ik op een dag beroemd zal zijn.

I often wonder, whether I will be famous one day.    [Explain]

Beide kinderen gaan al naar school.

Both children are already going to school.    [Explain]

Vroeger geloofden de mensen in feeën en geesten.

In the old days, people believed in fairies and ghosts.    [Explain]

Op dit eiland zijn nog steeds veel varanen.

On this island, there are still many monitor lizards.    [Explain]

Hij was doorweekt tot op zijn onderbroek.

He was drenched to his underpants.    [Explain]

Mijn oma gebruikt alleen boter, geen margarine.

My grandma only uses butter, no margarine.    [Explain]

Zet alstublieft je mobiele telefoon uit.

Please turn off your mobile phone!    [Explain]

Wacht alstublieft op de gang.

Please wait in the hallway.    [Explain]

De doos staat achter de bank.

The box is behind the sofa.    [Explain]

In deze winkel kun je goedkope boeken krijgen.

You can get cheap books in this shop.    [Explain]

Ik breng vaak vele uren door achter mijn computer.

I often spend long hours in front of the computer.    [Explain]

Je kunt Robert niets wijsmaken, hij kent de feiten.

You cannot fool Robert, he knows the facts.    [Explain]

Dit bedrijf biedt een geweldige service.

This company offers an excellent service.    [Explain]

Kun je je herinneren hoe je de omtrek van een vierkant berekent?

Can you remember how to calculate the circumference of a square?    [Explain]

In de zomer kun je 's nachts de krekels horen sjirpen.

In the summertime, you can hear the crickets chirping at night.    [Explain]

In Florida zijn er veel wilde alligators.

In Florida, there are many wild alligators.    [Explain]

Frank heeft een hagedis in zijn terrarium.

Frank is keeping a lizard in his terrarium.    [Explain]

De vink heeft zijn nest in de heg gebouwd.

The finch has built its nest in the hedge.    [Explain]

Zal ik deze zware tas voor je dragen?

Shall I carry this heavy bag for you?    [Explain]