Logo

Login ID:
Password:
Forgot Password?
  Sign Up
  Forum
  Show Words
  Show Sentences
  Other Links
  Contact Us
List of Sentences

Ik denk dat we ons nu geen vakantie kunnen veroorloven.

I think that we can't afford a holiday for now.    [Explain]

De potvis komt in alle oceanen ter wereld voor.

The sperm whale is distributed across all world's oceans.    [Explain]

Hij is programmeur en heeft meer interesse in software dan in hardware.

He is a programmer and more interested in software than hardware.    [Explain]

Het bedrijf heeft filialen in alle grote Nederlandse steden.

This company has branches in all major Dutch cities.    [Explain]

De ingrediënten van hummus zijn kikkererwten, sesamzaad, olijfolie, citroensap en zout.

The ingredients of hummus are chickpeas, sesame, olive oil, lemon juice and salt.    [Explain]

Als ik buikpijn heb, maak ik altijd een warme kruik voor mezelf.

When I've got stomachache, I always make myself a hot water bottle.    [Explain]

Er zijn meer dan honderd chemische elementen.

There are over one hundred chemical elements.    [Explain]

In de Middeleeuwen geloofde men dat de wereld bestond uit vier elementen: aarde, water, lucht en vuur.

In the Middle Ages it was believed that the world consists of four elements: earth, water, air and fire.    [Explain]

Zag je die serveerster? Wat een stuk!

Did you see the waitress? What a hottie!    [Explain]

Mijn moeder verzamelt al meer dan vijftien jaar uilen.

My mother collects owls for over fifteen years.    [Explain]

Dit schilderij is ongelofelijk duur.

This picture has an incredibly high price.    [Explain]

In de zomer is er hier een tekort aan water.

In summer, water is in short supply here.    [Explain]

Ik heb het hem drie keer gevraagd, maar hij gaf geen antwoord.

I have asked him three times, but he didn't answer.    [Explain]

Ik wilde gaan vliegeren, maar helaas was de wind niet sterk genoeg.

I wanted to fly my kite, but unfortunately the wind wasn't strong enough.    [Explain]

Ik heb in Tunesië op een kameel gereden.

I rode a camel in Tunisia.    [Explain]

Ze drinkt veel te veel. Bovendien is ze weer begonnen met roken!

She drinks far too much. In addition, she started smoking again!    [Explain]

Op weg naar huis kwam ik een zombie tegen.

On my way home I met a zombie.    [Explain]

Hij bood niet eens zijn verontschuldiging aan.

He didn't even apologize.    [Explain]

Bij elkaar hebben we achttien paarden op onze boerderij.

In total, we have eighteen horses on our farm.    [Explain]

De oven dient te worden voorverwarmd.

The oven should be pre-heated.    [Explain]

Zijn zus werkt bij de gemeente.

His sister is working at the council.    [Explain]

Als je elanden wil zien, ga dan naar Scandinavië!

If you want to see elks, go to Scandinavia!    [Explain]

Zijn ouders en ex-vrouw waren op de bruiloft.

His parents were at the wedding as well as his ex-wife.    [Explain]

Ik wil verhuizen naar het platteland!

I want to move to the countryside!    [Explain]

Ik ben dol op knoflook, al houd ik geen vrienden meer over.

I like to eat garlic very much, even if I don't have any friends anymore.    [Explain]

Daar is de bushalte.

The bus stop is there.    [Explain]

De merel zit te fluiten in de appelboom.

The blackbird is chirping in the apple tree.    [Explain]

De Duitse herder is een uitstekende waakhond.

The German shepherd is an excellent watchdog.    [Explain]

De olifant is het grootste landzoogdier.

The elephant is the largest mammal living on land.    [Explain]

Elk jaar nestelt er een ooievaar op hun dak.

A stork nests on their roof each year.    [Explain]

Ik ben nog nooit in Amerika geweest.

I have never been to America.    [Explain]

We gaan liever in september op vakantie.

We prefer to go on holiday in September.    [Explain]

Het was goed dat iedereen aanwezig was bij de bespreking.

It was good that everyone was present at the meeting.    [Explain]

Veel mensen vinden pinguïns schattig.

Many people think penguins are cute.    [Explain]

Tom is echt knap en hij heeft ook gevoel voor humor.

Tom is really handsome, and he also has a sense of humour.    [Explain]

Zullen we morgen afspreken?

Shall we meet tomorrow?    [Explain]

Kinderen zouden op vroege leeftijd moeten leren delen.

Children should learn to share at an early age.    [Explain]

Herten zijn prachtige dieren.

The deer is a beautiful animal.    [Explain]

Langs dit deel van de kust kan je vaak walvissen zien.

Along this part of the coast you can often see whales.    [Explain]

Jakkie! Er zit een worm in je appel!

Eeek! There's a worm in your apple!    [Explain]